LOV

De N.V. Labor Omnia Vincit (kortweg LOV)  was een bekende meubelfabriek in Oosterbeek die naam heeft gemaakt in de geschiedenis van de Nederlandse toegepaste kunst als een vooruitstrevende fabriek, zowel op het gebied van de bedrijfsvoering als op het gebied van het meubeldesign.

De reputatie van de fabriek is nauw verbonden met de oprichter en directeur Gerrit Pelt J. Jzn (1864-1956). Pelt uit Rotterdam waar hij zijn loopbaan begon als timmerman,  bouwkundig tekenaar en aannemer. 

Reeds op jonge leeftijd was hij een sociaal bewogen ondernemer die idealen koesterde om de kloof tussen arbeid en kapitaal te overbruggen. Die kon hij aanvankelijk om economische redenen niet in de praktijk brengen. 

Inmiddels een vermogend man geworden, vestigde hij zich in 1907 Oosterbeek. Het nietsdoen beviel hem daar niet en dat werd de prikkel om zijn oude ideaal van een modelonderneming op te richten met het streven kapitaal en arbeid in harmonie te brengen. In 1910 werd de N.V. Oosterbeeksche Meubelfabriek Labor Omnia Vincit opgericht. De bouw van de fabriek en de 11 personeelswoningen werden door Pelt voor eigen rekening gebouwd.

Als artistiek directeur werd de architect H.F. Mertens aangetrokken die sterk was beïnvloed door de moderne meubelontwerpen van H.P. Berlage en de Amsterdamse wooninrichtingsfirma ’t Binnenhuis. Aanvankelijk werden naast moderne meubelontwerpen ook meubelen in historische stijlen geleverd, om den brode,  zoals ook de gelijksoortige Haarlemse meubelfabriek Onder den St. Maarten zou doen. Maar al binnen enkele jaren zou de LOV zich uitsluitend richten op het vervaardigen van modern meubilair.  Daartoe werden verschillende ontwerpers en architecten aangezocht die hun ontwerpen in Oosterbeek lieten uitvoeren.  

Woningen van de werklieden. Brochure 1910. Gelders Archief

De personeelswoningen werden als doelmatig geprezen. Wat dit laatste betreft was Pelt niet de enige sociaal bewogen ondernemer; verderop werd door de plaatselijke rubberfabriek Heveadorp gebouwd. Wat de LOV wel uniek in zijn tijd maakte, was het beginsel van winstuitkering voor de werknemers. In goede tijden kregen de werknemers een deel van de winst uitgekeerd in aandelen, zodat zij langzamerhand medeverantwoordelijkheid kregen in het bedrijf met de bijbehorende inspraak. De gunstige arbeidsvoorwaarden  en de woningen voor de werknemers werden ook bewust benadrukt in de bedrijfsreclame. zie hieronder: 

De bedrijfsresultaten waren in de beginjaren bemoedigend. Aan het begin van de jaren twintig volgde een inzinking (zoals ook de Nederlandse economie tijdelijk haperde) maar trok halverwege de jaren twintig weer aan. In 1927 werd een deel van de fabriek door brand verwoest. Deze tegenslag kon de fabriek aan, de productiehal werd nog beter geoutilleerd herbouwd. De gevolgen van de beurskrach van 1929, die Nederland in 1930 in een zware economische malaise stortte, had echter fatale gevolgen voor de Oosterbeekse meubelfabriek. Er werd nog gepoogd om tot goedkopere productie over te gaan zoals de gestandaardiseerde NORMA-serie waarbij de koper zelf meubelcombinaties kon samenstellen. Maar het tij leek niet te keren: ieder boekjaar werd met verlies afgesloten. Uiteindelijk besloten Pelt en de raad  van commissarissen een faillissement niet af te wachten en werd de firma in 1935 geliquideerd. Helaas, zou men zeggen, want in de jaren daarna begon de Nederlandse economie weer aan te trekken.